E V E N    V O O R S T E L L E N

In 1995 ben ik in het bezit gekomen van mijn eerste Duitse Herder, Caran van Glennsland. Om mijn eerste grote hond te laten gehoorzamen ben ik in 1996 gaan trainen bij kringgroep Beuningen.
Het bezig zijn met de hond op verschillende gebieden (speuren, appel en pakwerk) beviel erg goed, vandaar dat ik voor deze training heb gekozen.

Omdat er ook aan ringtraining werd gedaan ben ik met Caran naar verschillende Jonge Hondendag en clubmatches gegaan, telkens met goed gevolg.

In 1998 is er een tweede hond, Foxy-Deyra van de Tempelhoeve bijgekomen. Ook met Deyra ben ik bij kringgroep Beuningen gaan trainen.
Sinds 1996 ben ik dan ook lid van de VDH (Vereniging van fokkers en liefhebbers van de Duitse Herdershond) en sinds 2001 ook lid van de SV (Verein für Deutsche Schäferhunde e.V., de duitse rasvereniging).

Ondertussen was ik mijzelf gaan verdiepen in de kynologie en africhting, wat leidde tot de diploma's Kynologische Kennis 1&2, DierenEHBO en Ethologie Hond. In 2003 heb ik deelgenomen aan de instructeurcursus Behendigheid van de VDH en geef sindsdien ook les in behendigheid bij kringgroep Beuningen.

Ook ben ik in het bezit van het bewijs van Vakbekwaamheid Honden- en Kattenbesluit.


Caran van Glennsland

Foxy-Deyra van de Tempelhoeve

Dinara vom Winnloh

In 1999 overleed Caran helaas door de gevolgen van een auto-ongeluk.

Omdat ik graag met Duitse herders wilden gaan fokken en Deyra hier niet geschikt voor was, ben ik op zoek gegaan naar een geschikte pup. Deze heb ik gevonden bij de familie Tepling (Duitsland), kennel "vom Winnloh". Het werd Dinara vom Winnloh.
Dinara (Demi) is de stammoeder van mijn kennel en de eerste hond die ik tot VH 2 en de aankeuring heb opgeleid.

In 2000 heb ik mijn kennelnaam "von Illiansheim" aangevraagd bij de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland te Amsterdam. Deze kennelnaam is een verbastering van mijn voornaam Lianne. In 2002 is mijn eerste nestje geboren en uit dit nestje heb ik Akenja von Illiansheim aangehouden.

Fokdoel

Iedere fokker van Duitse herders streeft er naar om het ras te verbeteren en te behouden.

Mijn ideale Duitse herder heeft een uitmuntende bouw met daarnaast een uitstekend karakter, passend bij het ras. Of te wel: een gezonde geest in een gezond lichaam. Voor mij houdt dit het volgende in: de honden die ik wil gebruiken voor de fok moeten een uitmuntend exterieur hebben en een sociaal en temperamentvol karakter. Door selectie van zowel reuen als teven probeer ik mijn fokdoel te verwezenlijken. Verder gaat mijn voorkeur wat betreft kleur uit naar wolfsgrauw, de oorspronkelijke kleur van de Duitse herder.