VOEDING TIJDENS DE GROEI IN RELATIE TOT ORTHOPEDISCHE KLACHTEN BIJ DE HOND

(Overgenomen van: Dierenkliniek Westerhuis www.uwdierenkliniek.nl

N.B.De teksten van onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op basis van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

INLEIDING
Tijdens de groei van een hond verdient de voeding onze extra aandacht. Voeding speelt namelijk een belangrijke rol bij het voorkómen van orthopedische problemen. Bij orthopedische problemen denken we o.a. aan heupdysplasie (HD), elleboogdysplasie (ED) en osteochondrosis dissecans (OCD).We kunnen echter niet alle problemen alleen met voeding voorkómen. Erfelijke aanleg speelt eveneens een zeer belangrijke rol. Het kan dus gebeuren, dat een hond toch orthopedische klachten krijgt ondanks goede voeding. Een derde belangrijke factor ter voorkóming van orthopedische klachten tijdens de groei is adequate beweging.Er zijn veel verschillende meningen over wat goede voeding is tijdens de groei. Die meningen zijn dikwijls niet zozeer gebaseerd op voldoende kennis, maar meer op een eigen beperkte ervaring. Wij proberen hier informatie te geven, die gebaseerd is op recent onderzoek en aangevuld met een verscheidenheid aan ervaringen van onszelf en die van kynologen en voedingsexperts.Duidelijk is, dat met name de hoeveelheid calorieën en het calciumgehalte in de voeding een sleutelrol spelen. De mening, dat eiwitten een hoofdrol spelen bij het ontstaan van orthopedische problemen is inmiddels achterhaald; vetten zijn veel belangrijker!

ERFELIJKE AANLEG
Bij veel orthopedische klachten is er sprake van een erfelijke predispositie. De fokkerij is dus aandachtsgebied nummer één.In principe zouden we eerst het erfelijke patroon moeten leren kennen om de juiste fokmaatregelen te kunnen treffen. Dat erfelijke patroon is echter lang niet altijd met zekerheid bekend.Voor het treffen van maatregelen is in de praktijk vooral van belang te inventariseren hoe vaak een bepaalde orthopedische klacht in een bepaalde raspopulatie vóórkomt. Treedt de betreffende afwijking binnen een raspopulatie zeer frequent op, dan mogen we ervan uitgaan, dat een erfelijke factor een hoofdrol speelt. We moeten dan niet alleen de klinische lijders uit het fokprogramma halen, maar ook proberen de latente lijders of de dragers van de verkeerde genen op te sporen (röntgenonderzoek, DNA-onderzoek). Maar als er bijvoorbeeld in een raspopulatie een bepaalde orthopedische klacht weinig frequent vóórkomt, is het waarschijnlijk wel zinvol om de klinische lijders uit het fokprogramma te halen, maar we doen er zeker verkeerd aan om op zo’n populatie een streng preventie programma los te laten. We verliezen dan waarschijnlijk tegelijkertijd heel veel andere, goede eigenschappen en krijgen er mogelijk nog eens slechte eigenschappen voor terug.En dan nog te bedenken, dat die paar gevallen van orthopedische klachten in een raspopulatie eerder veroorzaakt kunnen zijn door inadequate beweging en verkeerde voeding!

BEWEGING
Zonder de juiste (hoeveelheid) beweging ontwikkelen spieren, gewrichten en botten absoluut niet goed! Astronauten die lange tijd zonder zwaartekracht leven gaan lijden aan ontkalking van hun enkels. Adequate beweging is een ‘must’ tijdens de groei.Wat is de juiste (hoeveelheid) beweging?Wij denken bij de juiste (hoeveelheid) beweging aan de gulden middenweg tussen overbelasting en rust. Bij overbelasting treden gemakkelijk blessures op, zeker bij slappe te snel groeiende honden. Bij te weinig belasting ontwikkelen bot, gewrichtskraakbeen, gewrichtsbanden, pezen en spieren zich niet goed. Een slechte kwaliteit skelet is al heel snel blessure gevoelig.Bij een slappe pup doen we het kalmer aan met de beweging; een goed gespierde pup kan wat meer training hebben. Hoeveelheid en soort beweging moeten individueel worden afgestemd. Vooral bij de grote rassen moet de eigenaar zich laten begeleiden door een deskundige gedurende de groeiperiode. Veel eigenaren zien eenvoudigweg niet, dat hun hond onzuivere gangen en standen heeft.In onze kliniek bieden wij de pups van een ras met een volwassen gewicht zwaarder dan 25 kg in de leeftijd van 3 – 10 maanden de mogelijkheid aan voor een maandelijkse controle. De eerste controle is tijdens de vaccinatie op 12 weken. Van de overige zeven controles betaalt de eigenaar er slechts drie; vier zijn gratis. Gratis betekent, dat u geen consult betaalt. En als er verder niets aan de hand is, zijn er geen extra kosten. Eventuele extra onderzoeken, zoals röntgenfoto’s, medicijnen, voeding e.d. worden wel in rekening gebracht. Zo’n controle houdt in: controle van het gewicht, controle van de gangen en standen, controle van de lichamelijke conditie. Voeding en beweging worden besproken en indien nodig bijgesteld. We hopen zo orthopedische problemen te voorkómen of tijdig te ontdekken. Dat laatste is natuurlijk ook van belang voor een tijdig ingrijpen.

VOEDING
Vergeleken bij andere diersoorten worden puppies betrekkelijk onrijp geboren. Het skelet is in het begin nog maar matig verkalkt, vooral bij de grote rassen. Dat is een belangrijke reden, waarom voeding en beweging zo cruciaal zijn tijdens de snelle groeifase, in het bijzonder gedurende de leeftijd van 3 – 10 maanden.Belangrijkste doelstellingen voor de voeding tijdens de groei moeten zijn het voorkómen van overgewicht en orthopedische klachten. Nog los van het feit, dat overgewicht in het algemeen niet gezond is, veroorzaakt het overbelasting van het nog niet rijpe skelet, waardoor de kans op orthopedische problemen vergroot.Het uiteindelijke normale volwassen lichaamsgewicht is genetisch bepaald; daar kunnen we met de voeding in principe niks aan veranderen. Met normaal bedoelen we niet te dik en niet te mager. De hoeveelheid voeding, de hoeveelheid verschillende voedingsstoffen, hun verhouding onderling en de voedingsdichtheid (hoeveelheid voedingsstoffen per kg voeding) zijn bepalend voor de groeisnelheid.We zijn uit op een optimale groeisnelheid, niet op een maximale groeisnelheid. In de tabel hieronder vindt u het ideale voedingsprofiel voor de opgroeiende hond voor de belangrijkste voedingsfactoren.

Opmerking:Verteerbaarheid en concentratie aan voedingsstoffen moeten voldoende groot zijn. Is dat niet het geval dan moet de hond relatief te veel voedsel opnemen om aan zijn behoeften te voldoen. Dat kan overbelasting van het maagdarmkanaal veroorzaken. Bij middelgrote en grote rassen kan dat de kans op een maagtorsie vergroten.

ENERGIE
In de tabellen C1-8 zijn de verschillende energiebehoeftes af te lezen voor groeiende honden op verschillende leeftijden van 1 – 12 maanden voor honden met verschillend volwassen lichaamsgewicht. In tabel B staan de volwassen lichaamsgewichten van de verschillende rassen.De tabellen zijn slechts richtlijnen. Er kunnen grote verschillen bestaan in volwassen lichaamsgewicht; zelfs binnen een ras, niet alleen tussen reuen en teven, maar ook tussen reuen of teven onderling, zelfs binnen één nest. Een klein exemplaar, dat toch gevoed wordt volgens de richtlijn van zijn of haar ras zal al gauw overvoerd worden, andersom zal er al gauw sprake zijn van ondervoeding.Het beste is om met de fokker van uw hond het geschatte volwassen lichaamsgewicht te bepalen. Door de maandelijkse controle kunnen we bepalen of we de energietoevoer naar omhoog of naar beneden moeten bijstellen.Energiebeheersing is van belang voor de kleine en middelgrote rassen met het oog op overgewicht. Bij grote rassen zijn energiegehalte en calciumgehalte cruciaal bij het voorkómen van orthopedische problemen.Als de helft van het volwassen lichaamsgewicht is bereikt neemt de totale hoeveelheid voedsel die per dag nodig is tot de volwassenheid niet meer toe! Een pup van 20 kg, die een volwassen lichaamsgewicht zal krijgen van circa 40 kg heeft dus dezelfde hoeveelheid voedingsfactoren nodig als zijn rasgenoot van 2 jaar oud, die het volwassen lichaamsgewicht van 40 kg al bereikt heeft. Vuistregel is, dat kleine en middelgrote rassen (volwassen gewicht lichter dan 25 kg) 50% van hun volwassen lichaamsgewicht bereiken op de leeftijd van circa 4 maanden, grote honden (volwassen gewicht zwaarder dan 25 kg) op de leeftijd van circa 5 maanden.Het is goed om zich bewust te zijn van dit fenomeen, omdat hiermee een overgewicht door teveel energietoevoer op een cruciaal moment tijdens de groei kan worden voorkómen. Bij de mens kennen we nog het fenomeen van de hyperplastische obesitas. Vetzucht tijdens de groei betekent een toename van vetcellen, die op volwassen leeftijd predisponeren voor vetzucht. Bij honden is dit fenomeen niet bevestigd, maar het is wel waarschijnlijk dat het ook voor de hond geldt.

EIWITTEN
Rond de speenleeftijd is de eiwitbehoefte hoger, maar daarna daalt deze progressief. Grote verschillen in de noodzakelijke kwantiteit en kwaliteit van de eiwitten zijn er niet tussen een groeiende en een volwassen hond. Er wordt tijdens een test met Beagles al een optimale groei gezien bij een eiwitpercentage van 15 % van de droge stof, bij een hoge biologische waarde (hogere kwaliteit / beter benutbaarheid) en 90% verteerbaarheid, direct na het spenen; op de leeftijd van 3 maanden was 11.7 % eiwit al voldoende.Het voedingsprofiel ook qua eiwitpercentage en energiegehalte blijkt geschikt voor direct na het spenen tot volwassenheid. Reden waarom wij adviseren om bij alle rassen zo snel mogelijk over te gaan op volwassen voeding. Bij slechte eters is een pupvoeding te adviseren, wegens hogere dichtheid aan energie en voedingsstoffen. Een groeiende hond MOET eten, moet zijn essentiële voedingsstoffen in een cruciale periode gewoon binnen krijgen. Desnoods moeten we overgaan op een zelfbereide maaltijd, als die beter wordt geaccepteerd; men moet dan wel ervoor zorgen, dat de samenstelling klopt. Er zijn honden die wegens slechte acceptatie van droogvoeding net te veel eten om dood te gaan, net te weinig om goed te overleven. Dan maar een 5 sterren menu bereiden. Het is niet anders.Bij een gemiddelde kwaliteit eiwit, en men mag aannemen, dat de gerenommeerde voederfabrikanten dat minimaal verwerken in hun voeders voor gezonde honden, zou een percentage eiwit van 18% van de droge stof een optimale groei kunnen bewerkstelligen van de speenleeftijd tot de volwassenheid. Omgerekend is dat 22% ruweiwit met een verteerbaarheid van 80%.Hogere eiwitpercentages zijn dus gewoon niet nodig en ook niet wenselijk.Nog niet zo lang geleden meende men vastgesteld te hebben, dat een excessieve eiwitopname een rol zou spelen bij het ontstaan van skeletproblemen bij grote rassen. Duidelijk is inmiddels, dat voedingen met 23 – 31 % ruw eiwit geen enkel nadelig effect hebben op de skeletontwikkeling. Daarbij moet worden aangetekend: MITS het energiegehalte en het calciumgehalte in orde zijn. Dus niet vanwege de skeletproblemen, maar wel om andere redenen, zoals darmklachten, huidklachten, eiwit als de verkeerde energieleverancier, raden wij een niet te hoog eiwitpercentage aan van circa 20% met een verteerbaarheid van 80% en een voldoende hoge biologische waarde.

VETTEN
Vetten zijn leveranciers van essentiële vetzuren en energie (!). Essentiële vetzuren spelen o.a. een belangrijke rol bij de vachtconditie. In dit verband is het belangrijk, dat te veel vet (te veel energie) een zeer nadelig effect heeft op de ontwikkeling van het skelet bij grote rassen.In tabel A zien we het grote verschil in vetbehoefte bij grote rassen ten opzichte van kleine rassen.

CALCIUM EN FOSFOR
Een groeiende hond heeft meer calcium en fosfor nodig dan een volwassen hond. We moeten ons er echter van bewust zijn, dat zowel bij de groeiende als bij de volwassen hond de minimale behoeftes aan calcium en fosfor relatief laag zijn. Er is dus als snel genoeg calcium en fosfor. Niet een tekort, maar een overmaat aan vooral calcium speelt een cruciale rol bij het ontstaan van orthopedische problemen tijdens de groei.In principe is het lichaam in staat de opname van calcium en fosfor in de darm aan te passen aan de hoeveelheid in het voer en de behoefte van het lichaam. De opname van calcium varieert van 0 – 90%. Heeft het lichaam genoeg, dan wordt er niets opgenomen; is er een tekort dan vindt er volop resorptie plaats. Dit regelmechanisme is bij jonge honden wat betreft de calcium enigszins gestoord. In de leeftijd van 2 – 6 maanden is de opname via de darm wat betreft calcium nooit lager dan 40%. Bij een overmatige toevoer van calcium in die periode, zal dat kunnen leiden tot een overdosis calcium in het lichaam. Na de leeftijd van circa 10 maanden functioneert dat regelmechanisme weer beter. Dat heeft natuurlijk consequenties voor de toediening van voedingssupplementen bij complete commerciële voeding. Wij verwijzen hier naar het artikel:Voedingssupplementen en homeopathie bij bot- en gewrichtsproblemenBij zelfgemaakte voeding is het gehalte aan calcium veelal niet zo hoog en zal toevoeging van extra calcium een weldaad kunnen zijn, vooral ook omdat een zelfbereide voeding dikwijls in verhouding veel meer fosfor bevat (brood en vlees). Niet alle kalkpreparaten worden in de darm even goed opgenomen; calcium fosfaat bijvoorbeeld slechter dan calcium carbonaat. In sommige preparaten wordt het calcium aangeboden in de vorm van hydroxyapatiet, dat een betere biologisch beschikbaarheid zou hebben (Canzocal®).Een voedingssupplement met calcium is dan alleen terecht als er twijfel is over de calcium voorziening van het lichaam.De reden dat een voedingssupplement zoals Canzocal® toegevoegd wordt aan een complete droogvoeding is, dat er twijfel bestaat aan de biologische beschikbaarheid van het calcium in het verstrekte voer. Hier geldt ook, met het oog op orthopedische problemen tijdens de groei, dat met name de grote rassen gevoelig zijn voor storingen in de calciumvoorziening.Fosfor is minder kritisch, omdat het lichaam de absorptie daarvan beter reguleert.Voor het drietal calcium, fosfor en vitamine D geldt al vanouds: de juiste hoeveelheden (niet te veel en niet te weinig) en in de juiste verhoudingen (juiste ratio). Te weinig is net zo fout als teveel.

KOOLHYDRATEN
Koolhydraten zijn energieleveranciers. Veel vet en weinig koolhydraten leidt tot vetzucht; 20% koolhydraten zou optimaal zijn. Verder zijn koolhydraten in het licht van de ontwikkeling van orthopedische klachten minder interessant.

SPORENELEMENTEN
Sporenelementen als zink en koper zijn weliswaar belangrijk, maar vormen in de normale dagelijkse praktijk nauwelijks een probleem.

VERTEERBAARHEID
De analyse op de verpakking vermeldt vaak niet de verteerbaarheid van bijvoorbeeld eiwitten en vetten. Ook de kwaliteit ervan is dikwijls niet transparant. Ook zou u precies moeten weten wat de energiedichtheid is van de verstrekte voeding. U moet dan de fabrikant hierover aanspreken, omdat deze veel meer bepalend zijn dan de totale hoeveelheid ruwe stof.

VOEDINGSMETHODE
Ook de voedingsmethode blijkt mede bepalend te zijn voor de ontwikkeling van overgewicht en orthopedische problemen tijdens de groei. Er zijn verschillende manieren om een hond te voeren:
1. Ad libitum. De hond mag zo veel en zo vaak eten als hij of zij wil.
2. Tijdvoeding.De hond krijgt bijvoorbeeld 2 x daags 20 minuten de kans om te eten.
3. Kwantumvoeding.De hond krijgt een afgepaste dagportie verdeeld over 2 – 4 maaltijden.

De beste voedermethode is nummer 3. De eerste twee blijken beide te leiden tot te snelle groei door opname van te veel voedsel en dus te veel energie, hetgeen leidt tot overgewicht en skeletproblemen. De beide eerste twee methoden moeten we zeker niet toepassen tijdens de fase van snelle groei in de leeftijd van 2 – 10 maanden. Als men toch kiest voor ad libitum voeding of tijdvoeding kan dat alleen bij consequente en frequente monitoring.

TRIALS
Soms staat er op de verpakking van een voeding, dat er trials zijn uitgevoerd. Natuurlijk is het prachtig als een bepaalde voeding is onderworpen aan een onderzoek in de praktijk. Het probleem is vaak, dat die trials te kort zijn om orthopedische problemen werkelijk goed te kunnen onderzoeken.

SNACKS
Natuurlijk horen die erbij! Maar hou er steeds rekening mee, dat ze het voedingsprofiel niet verstoren. Dus: niet te veel en passend bij de samenstelling van de voeding.

MONITORING
Om de hond tijdens de groeifase goed onder controle te houden, raden wij u aan de volgende punten in acht te nemen:

1. Noteren van de dagelijkse voedsel opname (inclusief extra’s); soort en hoeveelheid.
2. Iedere week gewichtscontrole.
3. Iedere maand controle door de dierenarts in de leeftijdsperiode van 3 – 10 maanden.

VOEDINGSSUPPLEMENTEN EN HOMEOPATHIE
Voedingssupplementen moeten eigenlijk niet nodig zijn. Maar dan moeten we er wel van overtuigd zijn dat onze ‘complete’ voeding de analyse op het label waar maakt, de verteerbaarheid goed is en de kwaliteit van de vetten en eiwitten goed zijn. Bij de toepassing van een volwassen voeding tijdens de groei en zeker bij een zelfbereide voeding, zijn de voedersupplementen soms toch nog een welkome aanvulling. Zeker als hun biologische beschikbaarheid optimaal is.Zie: Voedingssupplementen en homeopathie bij bot- en gewrichtsproblemen

TOP 11 ADVIEZEN
De 11 belangrijkste aandachtspunten ter voorkoming van orthopedische klachten tijdens de groei zijn:

1. Koop een pup bij een betrouwbare fokker.
2. Wees vooral alert bij een groot ras; volwassen lichaamsgewicht zwaarder dan 25 kg.
3. Kies voor een volwassen voeding met een samenstelling volgens tabel A; percentage ruweiwit 22%.
4. Vraag de fabrikant naar energiedichtheid, verteerbaarheid en kwaliteit van eiwitten en vetten.
5. Voer een afgepaste dagportie, verdeeld over 3 – 4 maaltijden.
6. Geef de juiste beweging, training.
7. Controleer wekelijks het lichaamsgewicht en pas de voeding aan volgens de tabellen C1-8.
8. Laat uw hond iedere maand controleren door de dierenarts in de leeftijdsperiode van 3 – 10 maanden.
9. Biedt vroegtijdige ondersteuning met een homeopathisch constitutiemiddel.
10. Stem snacks en voedingssupplementen af op de voeding.
11. Consulteer bij kreupelheid tijdens de groeifase binnen 3 dagen uw dierenarts.

Dierenkliniek Westerhuis
Dalwagen 29c, 6669 CA Dodewaard, Postbus 26, 6669 ZG Dodewaard
Telefoon 0488 41 00 40
info@uwdierenkliniek.nl

terug naar artikelen