De kleur grauw

Uit de rasstandaard:

14. KLEUREN.
Zwart met roodbruine, bruine, gele tot helgrauwe aftekening, éénkleurig zwart en grauw, bij grauw donker gewolkt, zwart zadel en masker. Onopvallende, kleine witte borstvlekken evenals zeer lichte binnenzijde zijn toegelaten maar niet gewenst. De neusspiegel moet bij alle kleurslagen zwart zijn. Ontbrekend masker, lichte tot priemende oogkleur evenals lichte tot witachtige aftekening aan borst en binnenzijden, lichte nagels en rode staartpunt duiden op pigmentzwakte. De onderwol vertoont een lichte grauwe tint. De kleur wit is niet toegelaten.

Maar wat is nu grauw? Grauw, ook wel wel wolfsgrauw genoemd, kent een aantal kleurslagen:
- wolfsgrauw of grauw
- grauw - zwart
- grauw - bruin
- grauw - geel
- grauw, donker gewolkt
- grauw gewolkt met masker
- donkergrauw met masker
- grauw, bruin - zwart gewolkt
- grauw - bruin met zwarte aftekeningen op poten en tenen
- grauw met bruine aftekeningen op de kop en poten met masker
- donkergrauw met aalstreep
- middelgrauw
- licht grauw

Aly Vordersteinwald Timo Berrekasten

Metin Stadtfeld Omar Kahlenbach

De uiteindelijke kleur van de hond is pas goed vast te stellen als de hond tussen de twee en de drie jaar oud is. De kleur die een grauwe pup heeft is meestal niet dezelfde kleur als de hond heeft als hij volwassen is. Bij een pup kunnen de uitgesprokenheid van het masker of de kleur aan de binnenkant van de oren een indicatie geven hoe hoog het zwart aandeel in het grauwe dek wordt, als de hond volwassen is.

Wanneer is een hond grauw?
Of een hond grauw is of zwart-bruin, kan direct na de geboorte gezien worden. Is een pup bij de geboorte zwart-bruin dan zal hij zijn hele leven zwart-bruin blijven. Een duitse herder kan NIET bij de geboorte zwart-bruin zijn en later grauw worden. Dit is onmogelijk, de kleur is genetisch vastgelegd en kan niet veranderen. Wel kan een grauwe hond zoveel zwart in het grauw hebben dat hij bijna zwart lijkt, maar de onderwol heeft dan altijd een andere kleur dan bij de zwart-bruine honden. Verder kan een zwart-bruine hond een zogenaamd "door geschoten" dek hebben waardoor hij grauw lijkt, maar het dus niet is.

Akenja Illiansheim Ussi Arlett

Om een grauwe pup te krijgen, moet een van de ouderdieren (dus vader of moeder) grauw zijn, anders kunnen er geen grauwe pups geboren worden. Grauw vererft namelijk dominant en niet recessief. Verder zal een zwart-bruine moeder en een zwart-bruine vader met grauwe voorouders geen grauwe pups geven, hiervoor moet van de ouders grauw zijn. De kleur grauw kan dus niet een generatie overslaan en dan weer te voorschijn komen, dit is onmogelijk. Als een van de ouders grauw is, zal gemiddeld 50% van de pups grauw zijn en 50% zwart-bruin.

Door verschillende fokkers is geconstateerd dat er geen verschillen zijn tussen grauwe en zwart-bruine honden als het gaat om: levensduur, vatbaarheid voor ziekten, werklust of belastbaarheid.

Dus het enige verschil tussen een grauwe duitse herder en een duitse herder met een zwart-bruine jas zit in de kleur en nergens anders.

bronnen: www.arlett.de, rasstandaard, tijdschrift: "De Duitse Herdershond".